Persberichten
< Terug naar vorige pagina
Schuttevaer 07/01/06: Copyright © 2006 Uitgeverij Nassau.
Schippers positief over test RIS en AIS
Op tien binnenschepen is het afgelopen halfjaar nieuwe software voor het River Information System (RIS) getest, waarmee via een GPRS-verbinding standaard informatie via internet kan worden verzonden en ontvangen. Het programma zoekt zelf de juiste verbindingen met bijvoorbeeld BICS, IVS'90 of met een website, die informatie geeft over vaarweg en waterstanden. Op zes van de schepen stonden bovendien AIStransponders (Automatisch Identificatie Systeem) en op twee schepen AIIP-transponders (Automatische Identificatie via GPRS en internet).
Een van de deelnemers was schipper Bob van Dam van het ms Caesar (100 x 11,40), die vanaf het ARA-gebied op de Donau vaart. Van Dam is een uitgesproken voorstander van zowel RIS, met het daaraan gekoppelde BICS, als AIS. ‘Ik heb hiervoor op de weg gewerkt en 95 procent van de vrachtwagens heeft een AIS-systeem, waarmee de transportonderneming kan zien waar de vrachtwagen zich bevindt. De klant wil immers weten waar zijn lading uithangt. Wie in de binnenvaart niet gezien wil worden, kan misschien beter iets anders gaan doen. Het is juist een voordeel dat iedereen weet waar ik zit en wanneer ik aankom. Dat bespaart een hoop getelefoneer met bevrachters. ‘Met BICS vul je, als het goed is, één keer de gegevens in. De diverse nationale en regionale autoriteiten kunnen het schip overal zien aankomen. Nu moet ik in Oostenrijk bij de grens bijvoorbeeld vijftig minuten wachten op de grenspolitie en in Slowakije aan een ponton meren en wat euro’s trekken. Dat kost allemaal tijd. Met BICS kan dat vereenvoudigen. Probleem is wel dat Duitsland, vanwege wetgeving, BICS-gegevens niet mag doorgeven naar Nederland, zodat je het opnieuw moet doorgeven, maar dat lijken kinderziektes.’ Dat voor BICS en IVS’90 bestemde lading- of bemanningsgegevens voor Jan en Alleman beschikbaar komen, vindt de schipper niet nodig. ‘Ik hoef niet te weten welke lading mijn buurman in heeft, waar hij heen gaat en wie er allemaal aan boord zijn. Via AIS hoef ik alleen maar de positie en de naam van het schip te weten, zodat ik het zonodig kan oproepen. Met AIS zie je schepen op de rivier ook een haven uitvaren of om een hoekje komen en dat vergroot de veiligheid. Op de Donau meldt iedereen zich nog keurig, maar op de Rijn niet meer.’

AIS-problemen
Via AIS of AIIP worden in principe positie, snelheid, koers en naam van een schip aan omringende schepen en walstations met AIS of AIIP doorgegeven. Zeeschepen hebben vrijwel allemaal AIS. Een probleem met AIS en AIIP was de soms gebrekkige nauwkeurigheid van de posities. ‘De posities zijn afkomstig van de GPS en die heeft een schone horizon nodig met signalen van vier satellieten’, zegt Nick van Haag van Bureau Telematica Binnenvaart. Reflecties door metalen objecten of verlies van satellietsignalen onder een brug resulteren soms in plotselinge positieafwijkingen. ‘Voor de brug ziet de GPS een andere constellatie dan voorbij de brug, waardoor plotseling de positie van een schip op de elektronische kaart met wel honderd meter kan verspringen’, zegt Van Haag. Bij slecht zicht leidt dat tot schrik. Blindvaren op de AIS kan dus niet en de radar blijft noodzakelijk. Atmosferische storingen veroorzaken soms ook positieafwijkingen van vijftien tot honderd meter. Op zee niet zo’n probleem, maar op binnenwateren wel. Een DGPS-systeem kan deze fout corrigeren, maar DGPS is niet overal beschikbaar. DGPS corrigeert atmosferische afwijkingen van de satellietsignalen met behulp van een radiobaken met eigen GPS-ontvanger. De positie van het baken is exact bekend, zodat de afwijking nauwkeurig kan worden berekend en gecorrigeerd. ‘GPS is 99 procent betrouwbaar en één procent onbetrouwbaar’, zegt Van Haag. Dat is teveel en bijvoorbeeld ook de reden dat het systeem niet wordt gebruikt bij starten en landen van vliegtuigen. Een ander minpunt vormen volgens enkele deelnemers de grote infolabels, die AIS aan de schepen op de elektronische kaart hangt. Wanneer het druk is vloeien de beelden in elkaar. Het is belangrijk labels uit te kunnen zetten.

Intensieve test
Het BTB wil nu drie jaar intensief testen op de binnenwateren met een groter aantal schepen. Gedacht wordt aan een test op het Twenthekanaal. Daar kan met een relatief klein aantal AIS- of AIIP-installaties een complete dekking worden gemaakt. Voordeel van AIIP is, dat de navigatie- informatie via GPRS wordt verzonden, zodat geen dure transponder hoeft te worden aangeschaft, maar met software en een internetverbinding via GPRS kan worden volstaan. ‘Als je het systeem zo afstelt, dat de positie-updates niet onnodig vaak worden doorgegeven, dan kun je volstaan met een flat fee-abonnement en hou je voldoende ruimte over om ook nog te internetten’, denkt Van Haag. Een probleem met de geteste RIS-software was, dat bepaalde basisinformatie over het schip steeds opnieuw moet worden ingevoerd. ‘De software wordt aangepast, zodat ingevoerde informatie in alle toepassingen bruikbaar is en wijzigingen automatisch voor alle applicaties worden doorgevoerd.’ Een ander minpunt was dat de GPRS-dekking en de overschakeling naar andere netwerken nog niet altijd even goed is. (HH)
Copyright © 2006 Uitgeverij Nassau.
 
 
   
 
 
 
© 2011 Periskal cvba, Alle rechten voorbehouden.